Biografie
Ruth Lasters (Antwerpen, 1979) debuteerde met de roman Poolijs, waarvoor ze in 2007 de Vlaamse Debuutprijs ontving. Haar vierde roman VIN verscheen in 2019, een boek over een jonge leerkracht die probeert te overleven in een complexe schoolomgeving. Haar poëziedebuut Vouwplannen werd bekroond met de Debuutprijs Het Liegend Konijn 2009. Haar tweede dichtbundel Lichtmeters verscheen in 2015, waarvoor ze de Herman De Coninckprijs ontving en genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs. Lichtmeters werd inmiddels vertaald in het Duits (Lichtmesser, Parasitenpresse, Keulen, vertaling: Stefan Wieczorek) en het Spaans (Fotómetros, Viento de Fondo Argentina, Córdoba, vertaling: Micaela van Muylem).
Haar derde bundel Tijgerbrood (Van Oorschot, Amsterdam) bevat drie afzonderlijk bekroonde gedichten: Dek (Melopee Poëzieprijs 2022), Abrikozen (Eerste Prijs in de Poëziewedstrijd der Lage Landen, 2022) en Losgeld (Arkprijs van het Vrije Woord 2023). In maart 2026 verschijnt in Frankrijk de Franse vertaling van een compilatiebundel bij Éditions Corlevour (Réginald Gaillard). Vertaler: Daniel Cunin.
Naast schrijven treedt Ruth Lasters ook geregeld op als dichter, onder meer op festivals zoals Poetry International.
In september gaf ze haar titel van Stadsdichter van Antwerpen terug omdat het stadsbestuur weigerde een gedicht te publiceren dat rebelleerde tegen het elitarisme van het Vlaamse onderwijssysteem. Ze vond dit te beledigend voor de leerlingen van een technische school met wie ze het gedicht had geschreven. Dit ontslag leverde haar in 2023 de Arkprijs van het Vrije Woord op.
In haar poëzie zoekt ze naar de ultieme verzoening tussen klassieke en moderne poëzie. Ze ziet traditionele poëzie als een Caran d’Ache-doos met broodnodige grijze potloden, die ze graag aanvult met fluorescerende potloden van de moderniteit.
“Schrijven is voor mij simpelweg ontstaan uit een krankzinnige verliefdheid op woorden, op het mechanisme van taal. Toen men me vertelde dat het alfabet maar zesentwintig letters telt, werd ik achterdochtig, want mijn moeder las me elke avond hele boeken van Roald Dahl voor en die zinnen bleven maar komen, duizelingwekkend verschillend van elkaar. Dus zesentwintig letters — dat moest wel een van die vele dingen zijn die ze je als kind proberen wijs te maken. Het alfabet, zo’n bijna belachelijk schraal instrument dat toch ongelooflijke combinatiemogelijkheden biedt. Dat daagt me elke dag uit. Daar ben ik compleet voor gevallen.”
Sinds ze een bekend schrijver op televisie hoorde verkondigen dat men als denkend mens alleen kan evolueren in de richting van de misantropie – een stelling waar ze het absoluut niet mee eens is – omschrijft ze zichzelf als een filantroop op afstand. Ze is verslaafd aan de absolute creatiekick. Een verslaving die alleen maar toeneemt en haar tot een gelukkige, dankbare burger maakt. Als dichter van België wil ze vooral de gelijkenissen tussen de verschillende taalgemeenschappen in de verf zetten en zeggen wat soms dient gezegd over typische Belgische kwesties, hetzij steeds met een knipoog.
© Luc Daelemans
Uitgeverij Van Oorschot
2023
Uitgeverij Pelckmans
2019
Uitgeverij Pelckmans
2015
de Bezige Bij Antwerpen
2005
Franstalige contact
Charlotte Poncelet
Maison de la Poésie et de la Langue française
*
+32 (0)81 22 53 49
charlotte [@] maisondelapoesie.be
Nederlandstalig contact
De Dichter*es
De partners